Campanula snoeien is geen standaardklus die je bij elke plant op dezelfde manier aanpakt. Wat je weghaalt en wanneer je dat doet, hangt volledig af van het type dat in jouw tuin staat. Met de juiste ingreep op het juiste moment verleng je de bloei, houd je de plant compact en voorkom je een rommelige bos blad in augustus.
Het grootste verschil: hoge of lage Campanula
De verzamelnaam Campanula dekt tientallen soorten, maar voor het snoeien maakt het uit of je met een hoge variant te maken hebt of met een lage, bodembedekkende soort. Hoge Campanula’s zoals Campanula persicifolia (perzikbladklokje) en Campanula lactiflora groeien op stevige stelen van 60 tot 120 centimeter. Lage soorten zoals Campanula portenschlagiana (dalmatiëklokje) en Campanula poscharskyana vormen een dicht tapijt en worden niet hoger dan 20 centimeter.
| Type | Bekende soorten | Snoeiaanpak |
|---|---|---|
| Hoog (>50 cm) | C. persicifolia, C. lactiflora, C. glomerata | Uitgebloeide stengels tot de grond terugsnoeien, in het voorjaar oude bladresten weghalen |
| Laag/kruipend (<25 cm) | C. portenschlagiana, C. poscharskyana, C. carpatica | Uitgebloeide bloemen wegknippen via een lichte knipbeurt, niet tot op de grond |

Hoge Campanula snoeien na de bloei
De eerste grote snoeibeurt voor hoge klokjesbloemen valt meteen na de bloei. Bij de meeste soorten is dat eind juli of augustus. Je ziet het moment goed aankomen: de laatste bloemen vallen af en de stengels beginnen van onderaf geel te worden.
Wat je doet is simpel: knip elke uitgebloeide stengel helemaal terug tot vlak boven de grond. Gebruik een scherpe snoeischaar en knip net boven de laag verse bladeren die vaak al aan de voet van de plant klaarzit. Die bladrozet blijft de rest van het seizoen groen en vormt het vertrekpunt voor volgend jaar.
Na deze knipbeurt oogt de plant een stuk frisser. De lelijke gele stengels zijn weg en het loof aan de basis krijgt weer licht en lucht. Soms volgt er in september nog een bescheiden nabloei, al is die nooit zo uitbundig als de eerste ronde.
Wanneer Campanula snoeien in het voorjaar
Het voorjaarssnoeisel is onderhoudswerk, geen vormgevende ingreep. In maart loop je even langs de plant en verwijder je wat de winter niet overleefd heeft. Denk aan oude bladstelen die zijn blijven staan, vies geworden blad van het rozet en eventueel slordig afgestorven randjes.
Bij lage Campanula’s is maart ook hét moment om ze netjes te maken. Kruipende soorten kunnen er in de winter gehavend uit gaan zien, met lange kale slierten en hier en daar een groen plukje. Knip alle dode of lelijke delen weg, maar laat de gezonde uitlopers met rust. Die lopen in april gewoon weer uit.
Moet je Campanula snoeien of niet?
Strikt genomen overleeft een Campanula ook zonder snoei. De plant sterft niet af als je de schaar in de schuur laat liggen. Wat je wél krijgt is een plant die er halverwege de zomer uitgewoond uitziet, met dorre stengels die tussen het verse loof blijven staan. Vooral bij hoge soorten valt dat erg op, zeker als ze vooraan in de border staan.
Een lage Campanula die je nooit aanraakt, wordt met de jaren een warrige mat met veel dood materiaal onderin. De bloei blijft redelijk, maar de plant verliest zijn compacte vorm. Een lichte knipbeurt na de bloei en de voorjaarsschoonmaak zijn dus vooral cosmetisch en bevorderen de gezondheid van de pol.
Lage Campanula snoeien: een kwestie van terugscheren
Bij bodembedekkende klokjesbloemen werkt het snoeien anders dan bij de hoge varianten. Hier gebruik je geen snoeischaar om stengel voor stengel weg te knippen, maar pak je een heggenschaar of scherpe tuinschaar om de hele plant in één keer te scheren.
Het beste moment om een lage Campanula te snoeien is direct na de hoofdbloei. Dat is ergens in juli, zodra de stroom nieuwe bloemen duidelijk afneemt. Knip de hele pol tot ongeveer vijf centimeter boven de grond af. Alles erboven mag weg, ook als er nog een paar bloemetjes in zitten.
Niet ingrijpen bij de eerste uitgebloeide bloem. Pas als driekwart van de bloemen weg is, is het tijd.
Een snoeischaar werkt ook, maar met een heggenschaar ben je in één beweging klaar.
Niet lager, anders beschadig je het groeipunt waaruit de plant opnieuw uitloopt.
Losse stengels en bladresten in de pol kunnen gaan rotten en schimmel veroorzaken.

Binnen twee tot drie weken vormt de plant nieuw compact loof. Vaak krijg je in augustus nog een tweede, kleinere bloei als bonus. Dat geldt vooral voor Campanula portenschlagiana en Campanula carpatica.
Meest gemaakte fouten bij het snoeien van een klokjesbloem
De fout die het vaakst gemaakt wordt: te vroeg snoeien. Mensen zien de eerste verwelkte bloemen en grijpen meteen naar de schaar, terwijl de plant nog volop in bloei staat. Het gevolg is dat je minstens de helft van het bloeiseizoen weggooit. Wacht geduldig tot de piek écht voorbij is.
Een andere klassieker is het terugsnoeien van hoge Campanula’s tot halverwege de stengel, in de hoop op een compactere plant. Dat werkt niet. Wat overblijft is een onnatuurlijk halmpje zonder zijscheuten, dat alsnog afsterft. De hele stengel moet tot de grond toe weg, of je laat hem staan.
De derde fout: vergeten om in het voorjaar schoon te maken. De plant komt gewoon op, maar het dode materiaal van vorig jaar blijft ertussen zitten. Dat ziet er niet alleen slordig uit, het is ook een broedplaats voor schimmels en bladluizen in het jonge loof.
Na het snoeien: wat doe je met de plant?
Geef de Campanula na een stevige zomersnoei wat extra water, vooral als het droog is. De plant moet nieuw loof maken en dat kost energie. Een klein beetje organische mest of een handje compost rond de voet is voldoende om de hergroei te ondersteunen. Meer is niet nodig.
Bij hoge soorten die je tot de grond hebt teruggeknipt, duurt het soms twee tot drie weken voor je nieuw loof ziet. Geen paniek als de plant er even kaal bij staat. De wortels zijn sterk en het nieuwe blad komt vanzelf. Wil je voorkomen dat het perk tussentijds leeg oogt, combineer Campanula dan met vaste planten die juist in de nazomer op hun mooist zijn, zoals phlox of herfstaster. Die vangen het gat mooi op.
Snoeikalender voor Campanula
| Periode | Actie | Type |
|---|---|---|
| Maart | Dood blad en oude stengelresten weghalen | Alle soorten |
| Maart | Lange slierten en winterresten uit lage soorten knippen | Laag/kruipend |
| Juli – augustus | Uitgebloeide stengels tot de grond terugsnoeien | Hoog |
| Juli (na bloei) | Hele pol scheren op 5 cm hoogte | Laag/kruipend |
Heb je een soort die later bloeit, bijvoorbeeld Campanula lactiflora die tot in september door kan gaan, dan schuift de zomersnoei gewoon mee naar september of oktober. Het principe blijft hetzelfde: na de bloei terugsnoeien, voor de winter geen grote ingrepen meer doen.






